dinsdag 30 april 2019

recovery


Verleden week is mijn externe harde schijf gecrasht. 
Bij de recovery deze verrassende gedichten teruggevonden, 
geschreven, denk ik, in 2017.

mistman

jij vertelde me dat zij je vertelde
dat niets blijft. dingen ontstaan en vergaan,
lossen dan weer op. aspirine c, bruisend
in een glaasje fruitsap. bravo, gefeliciteerd,
nu kun je weer. een nieuwe lente, een nieuw
geluid. spannend: een nieuwe liefde. blijf
niet alleen, kijk om je heen, surf op dating-
sites. koop je desnoods een knappe zwarte man.
maar wat als je plots door een wormgat kruipt,
in een andere dimensie terechtkomt, niet vooruit
gaat, maar op bizarre wijze je leven herbeleeft,
niet onder dezelfde voorwaarden, maar verrukkelijk
anders? je krijgt geheimzinnige telefoontjes.
iemand zegt: je was mild en beschaafd en vrolijk
op de afspraak. welke afspraak? wablief? oh ja,
dit gebeurde jaren geleden, toen was ik veel jonger. 

maar neen, fluisterde de mistman aan de telefoon, 

je was toen anders, je was toen scherper 

en kritischer. nu ben je zacht, bedankt.


bij een dubbele bestelling

de pakjesman gaf ons een pakje. een pakje,
hoe, waarom, wat? iemand iets besteld? 

niemand. wablief? wat zeg je? een vergissing? 

neen, geen vergissing, er was een brief, 

een bedankje en een nummer. we hadden dus 

een nieuw pakje, dat moest worden geopend.

met de oude ivoren briefopener de grijze tape 

doormidden, de kartonnen flapjes naar buiten 

geplooid. daar zagen wij dezelfde scandinaafse 

reeks eco-grills, een jaar geleden besteld.
geen factuur, alleen dit pakje met de drie 

reusachtige houtschijven. soldaten in de 30-jarige 

oorlog hielden zich warm met het zogenaamde 

‘schwedenfeuer’, vuur tijdens de koude maanden. 

geen spoor van een bestelling teruggevonden. 

hij zegt: niets zeggen. misschien krijgen we dit 

gewoon dubbel. misschien, zeg ik, zitten we 

in een wormgat. de gloed van de eco-grill 

zal vegetatie genereren, een alfabet, een tijd. 


zaterdag 13 april 2019

grand hotel van de hoogten

Sebilj Brunnen in Baščaršija




Op p.232 van hoofdstuk elf van Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeiffer, 'Vleesetende vissen', lees ik:

‘Mensen die zich erop laten voorstaan dat ze graag veel en ver reizen zijn hedonistische escapisten. Ze zijn op de vlucht voor zichzelf, hoewel ze altijd zullen zeggen dat reizen hen met zichzelf confronteert. En hoewel ze altijd zullen beweren dat ze dank zij hun reizen met interessante medemensen in contact komen, is hun vlucht op henzelf berokken en egoïstisch. Ze vinden hun eigen sensatie van vrijheid belangrijker dan leven in verbondenheid met hun naasten in hun omgeving.’

Ilja is niet mals in zijn kritiek betreffende reizen en zeker veroordeelt hij het toerisme. Nochtans geeft hij toe dat hij een precaire vorm van toerisme in Genua heeft bevorderd door het schrijven van La Superba. Ook zijn bezoek aan Skopje in 'Stad van duizend standbeelden', beschrijft hij op intrigerende wijze.
De stelling van Ilja roept wellicht controverse op. Maar ik besef volkomen dat sommige mensen niet het geld of de gelegenheid hebben om te reizen.


Ach, bij het lezen van hoofdstuk elf herinnerde ik mij plots mijn eigen reis, jaren en jaren geleden, niet naar Macedonië, maar naar Sarajevo. Ik was toen een twintiger en vond de trip bijzonder exotisch.



grand hotel van de hoogten

(titel ontleend aan Ilja Leonard Pfeijffers knappe roman Grand Hotel Europa 
en De Woeste Hoogten van Emily Brontë)


we reisden met de trein naar sarajevo

van gare de lyon in parijs naar triëste centrale. 

uren zaten we in de trein, dommelden in, 

werden wakker in een vreemde wereld. 

overnachtten bij een verzamelaar van opwind-

grammofoons. kamer met bloemetjesbehang. 

gloedend heet de illy caffè, berlijnse bollen 

bij het ontbijt. we spoorden naar ljubljana.

beklommen heuvels, een slingerend steil 


pad naar boven, logeerden in een luxe-hotel.

grand hotel van de hoogten, zei je. 

in sarajevo sneeuwde het, een wonder.

nochtans was het reeds lente, in mei.

ragfijn scheen de zon op het dromerige

plein van de duiven, de ottomaanse fontein,

de slanke minaret. in zadar hoorden we

het voortdurend klepperen van teenslippers

op oude romeinse plaveien. de liefde, ja,

de liefde: bloedstollend, woest en stomend.


zondag 10 maart 2019

brieven aan goluiarda sapienza




goliarda sapienza, hoe moeilijk is het 
je naam uit te spreken, ik wil weten 
wat je naam betekent, ik wil weten wie 
je bent. jij met je huilogen, je ogen 
vol gevaar. met je angstogen, met je ogen 
als afgronden. je glimlach van gespeelde
nonchalance, gespeelde pijn, gespeelde
vechtlust, je glimlach vol pollutie, 
je glimlach van afkeer, van afwijzing,
je sigaret. misschien komt je naam van gula,
met achtervoegsel -hard, in de betekenis
van hebzuchtige, of ben jij een nazaat
van de reus, de vijand van god, de duivel,
goliath, de occulte, de filistijn? 
neen, je draagt gewoon een meisjesnaam, 
die je moeder je gaf omdat ze wilde 
dat je groot werd, en mooi en krachtig.


je schreef het genot, je schreef 
het plezier, je schreef over de kunst 
van het genot, de kunst van het plezier,
l'art de la joie, hoe vrolijk klinkt dit
in het frans. had je plezier toen je vetir 
qui sont nus van pirandello speelde,
toen je samen met luchino visconti senso
draaide? maar waarom plots dat hijgende
schrijven, die schriftjes vol inkt, mooie
ietwat losse letters met lussen naar boven,
naar beneden, rechtlijnige zinnen, met even
rechtlijnige maar toch deinende aantekeningen
in de marge? tussen twee schrijfsessies in
schommelde je in een hangmat van gevlochten
stro, je lachte voor even, dan weer keek je
hem aan, angelo pellegrino, met je ogen,
met je huilogen, met je ogen vol van bloemen.

je schreef over turijn, even luguber 
als vrolijk, vriendelijk als afstandelijk,
noordelijk door de hemel, zuidelijk door 
de aanwezigheid van ontelbare ijzeren
balkonnetjes. turijn, stad van de zelfmoord
van michel, die het deed ten huize van en
niet in zijn eigen huis, een groot schandaal.
hij was de laatste statenloze uit centraal europa,
zijn pupillen zwart als van diamantslijpers,
zijn obsessionele redeneringen zelf slepen
zwarte steentjes. wanneer een vriend doodgaat,
ben je verdrietig, een getuige van wie je was
verdwijnt, het is alsof een deel van jezelf
verdwijnt, je bent droef, zo een beetje
uit infantiele trots. turijn, turijn, poëtische
en lugubere hoofdstad van de zelfmoorden

 
Goliarda Sapienza (1924-1996) is geboren in een Siciliaanse familie met extreemlinkse sympathieën. Haar vader was advocaat bij de vakbond en was vóór de komst van het fascisme een belangrijke figuur binnen het socialisme. Haar moeder was directrice van het tijdschrift 'Grido del popolo', waarvan niemand minder dan de eerste leider van de Communistische Partij van Italië, Antonio Gramsci, redacteur was. Deze familiale achtergrond heeft onmiskenbare sporen achtergelaten in De kunst van het genot, een roman die pas verscheen in 1998, na de dood van de auteur en twintig jaar na de voltooiing van het boek. De overige vier romans van Sapienza vormen samen een biografische cyclus, maar de stem van het hoofdpersonage uit De kunst van het genot is ook dikwijls die van Sapienza. Maar liefst tien jaar heeft ze gewerkt aan wat sommigen een meesterwerk van de Italiaanse literatuur van de 20e eeuw noemen.

recovery

Verleden week is mijn externe harde schijf gecrasht.  Bij de recovery deze verrassende gedichten teruggevonden,  geschreven, denk ik...